les abeilles sauvages piliers de notre agriculture

Wilde bijen: steun en toeverlaat van onze landbouw

De honingbij of huisbij is bij iedereen welbekend, maar is slechts een van de 2000 bijensoorten in Europa. De andere zijn zogeheten “wilde” bijen. Deze bijen die vaak geen koningin hebben, solitair leven en geen honing produceren, spelen echter in de natuur en voor de landbouw een belangrijke rol door hun bestuiving. Focus op deze essentiële schakels van ons ecosysteem.

« De wereld telt meer dan 20.000 bijensoorten, maar de huisbij die honing produceert is ongetwijfeld de meest bekende soort ».

Er bestaan echter meer wilde bijen die op zijn minst evenveel, zo niet meer bijdragen aan de bestuiving, wat van primordiaal belang is voor onze ecosystemen en wereldwijde voedselproductie. Je kunt ze herkennen door hun speciale gedragspatronen.

 

Ten eerste leeft de wilde bij in 90% van de gevallen zonder koningin. De wilde bij leeft solitair en werkt alleen voor zichzelf. Omdat ze geen honingvoorraad beschermt, is ze ook minder agressief. Ze vlucht voor de mens en heeft zelfs vaak geen angel. Ze maakt haar nest in een natuurlijke habitat: 70% maakt een nest in de grond, dat wil zeggen in ondergrondse holen. De andere bijen leven in allerlei soorten bovengrondse holen: dood hout, door andere insecten gegraven tunnels, holle stengels of bijvoorbeeld holen van menselijke makelij (luchtroosters in vensters, stopcontacten aan een buitenmuur, enz.). Wilde bijen onderscheiden zich overigens door de manier waarop zij deze gaten afdichten: de “metselbij” gebruikt modder, de “behangersbij” dikke bladeren, de “grote wolbij” plantenvezels, enz. Wanneer de vrouwelijke bijen volwassen zijn, leven ze twee tot tien weken en leggen ze een tiental eitjes in deze afgedichte gaten. Voordat ze sterven, bereiden ze “bijenbrood” voor, een mengsel van nectar en stuifmeel zodat hun larven kunnen overleven en groeien.

De kampioen onder de bestuivers

Net zoals de huisbij zorgt ook de wilde bij voor de bestuiving van de gewassen. Maar de wilde bij is wat dat betreft een stuk actiever. Wilde bijen bestuiven niet alleen de eerste bloemen van fruitbomen, maar ook de bloemen die de huisbij overslaat. Sommige wilde bijen zorgen namelijk ook voor de bestuiving onder minder gunstige weersomstandigheden: wanneer de temperaturen laag zijn en er weinig zon schijnt of tijdens lange periodes van slecht weer. Hun rol is op die momenten van wezenlijk belang voor de fruitbomen. Sommige wilde bijen kunnen ook nectar halen uit moeilijk toegankelijk bloemen zoals rode klaver, rupsklaver of tomaat.

« Ten slotte is het werk van wilde bijen efficiënter ».

 

Omdat zij meer haren hebben en op een heel speciale manier het stuifmeel opnemen – door de bloemen op een bepaalde frequentie heen en weer te schudden – maken ze meer stuifmeel vrij. Een paar honderd vrouwelijke metselbijen zijn voldoende om één hectare appelbomen te bestuiven, terwijl voor hetzelfde werk duizenden huisbijen nodig zouden zijn.

Diversiteit is belangrijker dan hoeveelheid

Maar het heeft geen zin om de wilde bij tegenover de huisbij te plaatsen, integendeel! Uit recentelijke onderzoeken is gebleken dat de diversiteit en overvloed aan bestuivende insecten leidt tot een goed rendement en een optimale productie van zowel fruitbomen als groenten en akkerbouwgewassen. De aanwezigheid van verschillende soorten zorgt er namelijk voor dat alle bloemen bestoven worden, verspreid over een groot gebied en in bijna alle weersomstandigheden. Het werk van de wilde bijen vormt dan ook een aanvulling op dat van de huisbijen.

 

Uiteindelijk is een op de drie happen die wij nemen het resultaat van het werk van alle bijen samen.

« Meer dan 80% van de wilde bloemen en 70% van de gewassen in Europa zijn afhankelijk van de bestuiving door bijen ».

Deze gratis dienst van Moeder Natuur werd zelfs in 2009 begroot door onderzoekers: het is goed voor 153 miljard euro, oftewel 9, 5% van de wereldwijde voedselproductie. Terwijl de bijen tegenwoordig ernstig bedreigd worden – massale besproeiing met pesticiden, verlies aan natuurlijke leefmilieus, meer ongedierte en ziekten, minder planten die rijk zijn aan nectar, enz. – begrijpt men des te meer het belang om zich in te zetten voor deze bestuivingskampioenen die zorg dragen voor het ecologisch evenwicht, de biodiversiteit en onze voedselproductie.

Bestuiving, hoe werkt dat ?

« Voor hun voeding zoeken bijen naar nectar en stuifmeel onderin de bloemen. Hierbij raken ze de meeldraden aan – de mannelijke voortplantingsorganen van de bloem – die zich in de bloem bevinden en vangen ze onderweg stuifmeelkorreltjes op. Wanneer ze een andere bloem bezoeken, zetten ze deze korreltjes weer af op de stamper - het vrouwelijke voortplantingsorgaan van de bloem. We spreken over zelfbestuiving wanneer het dezelfde bloemsoort betreft en over kruising wanneer het om twee verschillende bloemen gaat. Door deze bestuiving wordt de bloem bevrucht en ontstaat een vrucht met zaden ».