Wat is agro-ecologie ?

In tijden van bevolkingsgroei, overmatig gebruik van natuurlijke hulpbronnen en klimaatverandering, staat de landbouw voor grote uitdagingen: hoe kunnen landbouwers onze planeet duurzaam voeden zonder de rijkdommen ervan uit te putten ? Dit is precies de vraag waarop de agro-ecologie antwoord probeert te geven. Door een combinatie van landbouw- en milieuwetenschappen, evenals sociaaleconomische engagementen, probeert deze vorm van landbouw de voedingswereld van morgen gestalte te geven.

« Het begrip agro-ecologie werd in de jaren 1920 voor het eerst gebruikt, enkele decennia later populair, en duidt op alle agrarische praktijken die landbouwkunde combineren met ecologie ».

Het principe is eenvoudig: productiesystemen ontwikkelen die gebaseerd zijn op de werking van onze ecosystemen, om de druk op het milieu te verlichten en de natuurlijke hulpbronnen te ontzien. Concreet houdt de agro-ecologische landbouwer rekening met het landbouwbedrijf in zijn geheel en gebruikt hij technieken die geïnspireerd zijn op de natuur om de resultaten van zijn bedrijf te handhaven en de milieuprestaties daarvan te verbeteren.

De werking van de natuur als inspiratiebron, om de toevlucht tot meststoffen en pesticiden te beperken

Hoe ? Door bijvoorbeeld “agro-ecologische infrastructuren” toe te voegen aan de percelen, oftewel landschappelijke elementen die niet bemest of bespoten moeten worden, zoals heggen, grasstroken, verspreid staande bomen, weiden, vennen, enz. Deze aan de omgeving en het landschap aangepaste infrastructuren zijn bijzonder nuttig voor de landbouw en de biodiversiteit. Een heg van verschillende soorten struiken beschermt niet alleen de gewassen tegen de wind, maar dient ook als schuilplaats voor dieren die zich voeden met voor de gewassen schadelijk ongedierte. Zodoende hoeft men dankzij deze heggen minder pesticiden te gebruiken. Een heg dient soms ook als “ecologische brug” tussen twee reservoirs van biodiversiteit, van planten en dieren.

 

Een ander voorbeeld is de wisselteelt.

« Door na elkaar twee verschillende soorten gewassen te telen, versterkt de boer zijn perceel: »

schadelijke insecten en ziekten hebben meer moeite om zich aan de plant te hechten. De verschillende groeiperioden van de twee soorten breken ook het groeiritme van onkruid of adventieve (niet gewilde) planten. Ten slotte heeft ook de bodem baat bij deze wisselteelt: de restanten van de gewassen, de verschillende wortelsystemen en de werking van de wortels verbeteren de structuur en het leven van de bodem en dus de vruchtbaarheid. Goed om weten is dat groenten bijzonder interessant zijn voor de wisselteelt, omdat zij stikstof afgeven – rechtstreeks via de wortels of wanneer de plant tot ontbinding overgaat – en fungeren als stikstofhoudende meststof voor de volgende teelt. Hierdoor kan het gebruik van kunstmest en/of minerale stikstof beperkt worden.

Een praktijk die inspanning en maatwerk vereist

Het mag duidelijk zijn dat de agro-ecologie geen verband houdt met een bepaalde vorm van landbouw, maar met uiteenlopende benaderingen en technieken die per grondgebied van elkaar afwijken. Het is uitermate belangrijk om zich aan te passen aan de plaatselijke omstandigheden en moeilijkheden: bodemstructuur, waterhuishouding, biologisch-chemische processen, ziekten en ongedierte, enz.

« De keuze voor agro-ecologie eist van de landbouwers een globale kijk op de bijzondere kenmerken van de omgeving en vergt grote inspanningen van hen ».

Op lange termijn moeten onder andere ecologische, technologische en fytosanitaire factoren met elkaar in evenwicht gebracht worden. Daarnaast is vaak voor deze praktijk, waaronder de aanleg van agro-ecologische infrastructuren, extra grond en tijd nodig van de boeren … en veel geduld. Landbouwers moeten meerdere proeven doen en maanden of soms zelfs jaren wachten om het resultaat te zien van een teelt zonder meststoffen of fytosanitaire producten.

 

Maar hoewel het proces van lange duur is, is het ook bijzonder interessant: minder bodemerosie, sterkere bedrijven die beter bestand zijn tegen uitzonderlijke klimatologische of sanitaire omstandigheden. En ook het economische belang voor de boer is niet te verwaarlozen. Door minder meststoffen en fytosanitaire producten te gebruiken, nemen de bedrijfskosten af. Dit model lijkt overigens zijn vruchten af te werpen, want het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) telde in 2010 meer dan 100 miljoen hectare agro-ecologische teelt, tegen slechts 45 miljoen hectare van amper tien jaar daarvoor.