comment fonctionne lagroforesterie

BOSLANDBOUW, HOE WERKT DAT ?

In geval van boslandbouw worden op hetzelfde perceel bomen geteeld, dieren gefokt of gewassen gekweekt. Een eeuwenoude agrarische praktijk die tal van voordelen biedt. Hieronder volgt meer informatie over deze agrarisch-ecologische praktijk die de boom in het hart van het productiesysteem plaatst en die overal ter wereld steeds meer toegepast wordt.

 

De bevolkingstoename en de stijgende vraag naar voedsel heeft geleid tot de opkomst van de intensieve landbouw. Overal ter wereld werden bomen gekapt om plaats te maken voor steeds grotere percelen.

« Hierdoor zou onze planeet sinds 1990 meer dan 50.000 km2 per jaar aan bos verliezen* ».

Maar deze tendens verloopt momenteel minder snel. Sterker nog, er worden steeds meer bossen aangelegd en boeren kiezen steeds vaker voor agrarische bosbouwpraktijken. In 2016 bleek uit een rapport dat 43% van de 22, 2 miljoen km2 aan landbouwgrond ter wereld voor minstens 10% bestaat uit bomen (+2% ten opzichte van 2006).

Hetzelfde principe, maar sterk afwijkende vormen

« Het principe van de boslandbouw bestaat uit de (her)beplanting van bomen op percelen die van oorsprong bestemd zijn voor de landbouw of veeteelt ».

Dit principe wordt vervolgens op tal van verschillende manieren toegepast. De weideboomgaard bestaat bijvoorbeeld uit de aanplant van hoogstammige fruitbomen – zoals ciderappelbomen – op weilanden waar schapen grazen en die rond de boerderijen of dorpen liggen. De combinatieteelt bestaat uit een rij bomen op een beplant perceel dat baat heeft bij de aanwezigheid van bomen, maar waar men ook met de tractor het land moet bewerken. Naast bomen bestaan er ook beplantingen zoals heggen, met bomen begroeide oeverstroken of coulisselandschappen. Het is niet voor niets dat boeren steeds vaker kiezen voor deze productiewijze, want het biedt tal van voordelen voor zowel het milieu als de landbouw.

Een groot voordeel voor de biodiversiteit

Boslandbouw is namelijk bijzonder gunstig voor de omgeving. Door de opname en opslag van CO2 verzachten bomen de gevolgen van de klimaatverandering. Deze opslag vindt niet alleen plaats in het bovengrondse gedeelte van de boom, maar ook in de organische materie in de grond. Wereldwijd is de koolstofopslag door de landbouw gegroeid van 45, 3 miljard ton in 2000 tot 47, 37 miljard ton in 2010, dat wil zeggen meer dan 2 miljard ton extra aan de atmosfeer onttrokken CO2, waarvan meer dan 75% dankzij de bomen.

 

Bomen dragen ook actief bij aan de bodemverbetering. In de aanloop naar de winter beschermen hun bladeren de grond, alvorens omgezet te worden tot organische voedingsstoffen die de groei van wortels en gewassen bevorderen. Verder houden de diepe wortels van de bomen het water dermate vast, dat in sommige landen bomen gebruikt worden in de strijd tegen de droogte. Ze dragen ook bij aan de strijd tegen erosie. Ze beperken de insijpeling van nitraten in de diepere bodemlagen van de bodem en dus de vervuiling van het grondwater. Sommige soorten zoals de acacia houden daarnaast stikstof vast waardoor de groei van omringende planten bevorderd wordt, er minder meststoffen nodig zijn en het microbiële leven gestimuleerd wordt.

 

Achter een boom gaat het volledige behoud van de biodiversiteit schuil: bomen vormen ecologische steunpilaren die via de landbouwpercelen de meest uiteenlopende natuurlijke rijkdommen met elkaar verbinden. Ze vormen ook een schuilplaats voor vogels, insecten en bestuivers die ontzettend belangrijk zijn voor de goede gezondheid en het evenwicht van ons ecosysteem.

Landbouw en bosbouw gaan hand in hand

Uiteraard is dat wat goed is voor de natuur, ook goed voor de landbouw.

« Nu de klimaatverandering steeds zwaardere gevolgen krijgt en goede praktijken steeds noodzakelijker worden, krijgen boeren steeds meer belangstelling voor boslandbouw, een manier van landbouw die garant lijkt te staan voor zowel een hoogwaardige als duurzame landbouw ».

Enerzijds maakt het de diversificatie mogelijk van de landbouwpraktijken, zonder het gebruik van de bebouwde percelen te onderbreken. Dankzij de bomen oogsten de boeren fruit, produceren ze voedsel voor hun dieren, beschikken ze over houtstrooisel voor in de stallen, brandhout en, op lange termijn, over hout voor de bouwsector.

Bomen spelen ook een rol in de veeteelt. Ze bieden bescherming tegen de harde wind, zon en regen. Door insecten te eten die zich in de buurt van bomen bevinden, zouden sommige dieren zoals kippen zelfs eieren leggen met een hogere voedingswaarde.

Niet alleen is de boslandbouw geschikt voor tal van bedrijfsvormen (groenteteelt, wijnbouw, akkerbouwgewassen, enz.), maar is het ook een rendabele activiteit die meer veerkracht biedt aan de landbouw: een essentieel voordeel in tijden waarin uitzonderlijke klimatologische omstandigheden zich steeds vaker voordoen.